ECLI:NL:GHARN:2002:AE9077
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J. Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Vermindering verzuimboete inkomstenbelasting na onjuiste vertrouwensgrondslag
Belanghebbende stelde dat een medewerker van de Belastingdienst hem telefonisch had verzekerd dat hij niet strikt hoefde te voldoen aan de uiterste datum voor het indienen van de aangifte inkomstenbelasting 1999. Het hof oordeelde dat belanghebbende dit niet aannemelijk had gemaakt en dat het te laat indienen van de aangifte op 3 oktober 2000 een verzuim opleverde conform artikel 67a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Verder stond vast dat belanghebbende ook in de jaren 1996, 1997 en 1998 verzuimen had begaan, maar alleen voor 1998 was een boete opgelegd. Het hof stelde dat de Inspecteur alleen gevolgen aan eerdere verzuimen mag verbinden als belanghebbende tijdig en duidelijk op de hoogte is gesteld, wat hier niet het geval was voor 1996 en 1997.
Daarom werd het verzuim voor 1999 als het tweede verzuim aangemerkt en de boete vastgesteld op €150. Het hof vond deze boete passend en geboden, ondanks dat de echtgenote van belanghebbende voor hetzelfde jaar een lagere boete had gekregen. Het beroep van belanghebbende werd deels gegrond verklaard, de boete verminderd en de proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De verzuimboete inkomstenbelasting 1999 wordt verminderd tot €150 en de proceskosten worden aan belanghebbende toegekend.