ECLI:NL:GHARN:2002:AE8334
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.M. van Schie
- Rechtspraak.nl
Overgangsregeling zelfstandigenaftrek bij agrarisch bedrijf en toepassing van wetswijzigingen
Belanghebbende, exploitant van een agrarisch bedrijf, maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 1998 waarbij de zelfstandigenaftrek was gecorrigeerd door de Inspecteur. De discussie betrof de vraag of bij toepassing van de overgangsregeling uit de Wet 1997 alleen de verhoging van ƒ 575 niet toegepast moest worden, of dat ook andere verhogingen uit latere wetten niet van toepassing zouden zijn.
Het Hof stelde vast dat de zelfstandigenaftrek in 1997 ƒ 9.825 bedroeg en in 1998 was verhoogd tot ƒ 11.085 door een combinatie van inflatiecorrectie en meerdere wetswijzigingen. De overgangsregeling uit Wet 1997 bepaalt dat wijzigingen uit deze wet pas vanaf 1 januari 1999 kunnen worden toegepast op lopende boekjaren.
Het Hof oordeelde dat alleen de verhoging uit Wet 1997 (ƒ 575) niet toegepast wordt, terwijl de overige verhogingen uit andere wetten en de inflatiecorrectie wel van toepassing blijven. Het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard, de aanslag verminderd en de proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van € 23.032.