ECLI:NL:GHARN:2002:AE8331
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof Arnhem gedeeltelijk gegrond verklaring beroep wegens aftrek buitengewone lasten levensonderhoud
Belanghebbende, woonachtig in Nederland en afkomstig uit Koerdistan, had in zijn aangiften inkomstenbelasting over 1998 en 1999 bedragen opgevoerd als aftrekbare buitengewone lasten voor levensonderhoud van familieleden in Koerdistan. De Inspecteur wees deze aftrek af en handhaafde de aanslagen na bezwaar. Belanghebbende stelde dat hij jaarlijks $ 2.000 via een geldkoerier aan zijn zieke moeder, broers, zus en in 1998 ook aan zijn echtgenote en minderjarige dochter gaf.
Als bewijs overhandigde belanghebbende verklaringen van familieleden, een leningsovereenkomst, bankafschriften, een medische verklaring over de gezondheid van zijn moeder en een verklaring van de geldkoerier. Het Hof achtte aannemelijk dat bancair verkeer niet mogelijk was en dat de financiële ondersteuning noodzakelijk was gezien de situatie en levensstandaard in Koerdistan.
Het Hof oordeelde dat niet het gehele bedrag aftrekbaar was omdat de echtgenote niet tot de aftrekbare kring van verwanten behoorde en er onvoldoende bewijs was over het recht op kinderbijslag voor de overleden dochter. Het Hof stelde de aftrekbare bedragen vast op ƒ 2.660 voor 1998 en ƒ 3.116 voor 1999, rekening houdend met de niet-aftrekbare drempel.
De aanslagen werden dienovereenkomstig verminderd en het beroep werd gedeeltelijk gegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen de mondelinge uitspraak is geen cassatieberoep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de belastingaanslagen 1998 en 1999 worden verminderd met aftrek van respectievelijk ƒ 2.660 en ƒ 3.116.