ECLI:NL:GHARN:2002:AE5872
Gerechtshof Arnhem
- Herziening
- Van Wijland-Kalkman
- Smeeïng-Van Hees
- Van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot herroeping arrest faillissementsverklaring
Verzoeker tot herroeping is op 22 augustus 2001 door de rechtbank Arnhem in staat van faillissement verklaard op verzoek van de faillissementsaanvragers. Dit vonnis is op 27 september 2001 door het Gerechtshof Arnhem bekrachtigd. Verzoeker stelde dat het rechtsmiddel van herroeping openstaat tegen het arrest, mede gelet op de parlementaire geschiedenis van het nieuwe Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Het hof overweegt dat de regeling van herroeping het niet mogelijk maakt om tegen een beslissing op een verzoek tot faillietverklaring herroeping in te stellen, overeenkomstig eerdere rechtspraak van de Hoge Raad. De stellingen van verzoeker kunnen hieraan niet afdoen. Verzoeker wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot herroeping en veroordeeld in de proceskosten.
In eerdere procedure heeft het hof het faillissement bekrachtigd omdat summierlijk was gebleken dat verzoeker is opgehouden te betalen en meerdere schuldeisers onbetaalde vorderingen hebben. Verzoekers argumenten over misbruik van bevoegdheid en zekerheidstelling werden verworpen. Het arrest van het hof van 27 september 2001 is daarmee bevestigd.
De kosten van de procedure worden aan verzoeker opgelegd, waaronder griffierecht en salaris procureur aan de zijde van de faillissementsaanvragers en de belastingdienst. Het arrest is uitgesproken in een openbare terechtzitting op 22 juli 2002.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot herroeping van het arrest dat zijn faillissementsverklaring bekrachtigde.