ECLI:NL:GHARN:2002:AE5285
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C.M. de Kroon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kamerverhuurvrijstelling voor zelfstandige woonruimte
Belanghebbende en zijn echtgenote wonen in een woning met een aangebouwd gedeelte dat zij deels verhuren. De gemeente gaf op grond van de Wet WOZ twee aparte beschikkingen af voor de hoofdwoning en de aanbouw. Belanghebbende verklaarde de huurinkomsten uit de aanbouw niet, omdat hij meende dat deze onder de kamerverhuurvrijstelling vielen volgens artikel 26 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
De Inspecteur stelde echter dat de aanbouw een zelfstandige woning vormt en wees de vrijstelling af, waardoor de huurinkomsten als belastbaar inkomen werden meegenomen. Het Gerechtshof oordeelde dat de aanbouw objectief gezien zelfstandige woonvoorzieningen bevat en dat de huurster zelfstandig kan voorzien in haar gebruiksbehoeften. Dit werd bevestigd door de aparte onroerendezaakbelastingheffing.
De rechtbank verwierp het beroep van belanghebbende en bevestigde de aanslag. Ook het aangevoerde gebruik in het verleden deed hieraan niets af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan en kan niet in cassatie worden aangevochten.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de verhuurde aanbouw een zelfstandige woning is en wijst het beroep af.