ECLI:NL:GHARN:2002:AE4146
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J. Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens kosten rechtsbijstand na overlijden echtgenote
Belanghebbendes echtgenote had de wens geuit om na haar overlijden op haar eigen landgoed te worden begraven, een verzoek dat door de gemeenteraad werd ingewilligd. De regionale inspecteur Milieuhygiëne Oost tekende beroep aan tegen deze beslissing, waarna de echtgenote overleed. Belanghebbende verkreeg door middel van een voorlopige voorziening alsnog toestemming voor de begrafenis.
De kosten van rechtsbijstand voor het verkrijgen van deze voorlopige voorziening bedroegen ƒ 11.112,- en overige kosten in verband met het overlijden ƒ 6.333,-. Het hof oordeelt dat deze kosten redelijkerwijs als normale uitgaven in verband met het overlijden moeten worden beschouwd, ondanks dat de kosten mede werden veroorzaakt door het beroep van de regionale inspecteur.
De inspecteur voerde aan dat vergelijkbare kosten wellicht ook zonder overlijden zouden zijn gemaakt, maar dit weerhoudt het hof niet van aftrek omdat het om niet restitueerbare uitgaven gaat zonder waardevol vermogensrecht als tegenprestatie. Het hof verklaart het beroep van belanghebbende gegrond, vermindert het belastbaar inkomen en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: Het gerechtshof vermindert de aanslag inkomstenbelasting 1997 en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.