ECLI:NL:GHARN:2002:AE3601

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
4 april 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00-01365
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • T.J. Matthijssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 1 Verordening Toeristenbelasting 1995 gemeente DenekampArtikel 2 Verordening Toeristenbelasting 1995 gemeente Denekamp
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging aanslag toeristenbelasting wegens onduidelijke accommodatiecategorie

Belanghebbende exploiteerde van 1 februari 1999 tot 1 juli 1999 een voormalige hotelaccommodatie waar asielzoekers verbleven. De gemeente Denekamp legde op grond van de Verordening Toeristenbelasting 1995 een aanslag toeristenbelasting op, omdat de asielzoekers niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie stonden ingeschreven.

Belanghebbende betwistte dat de accommodatie onder een van de in de verordening genoemde categorieën zoals hotel, pension of vakantieonderkomen valt, omdat de asielzoekers zelf voor hun maaltijden zorgden en de accommodatie niet vergelijkbaar is met een pension. De ambtenaar heeft nagelaten duidelijk te maken onder welke categorie de accommodatie valt en heeft daarmee onvoldoende de belastbaarheid onderbouwd.

Het hof oordeelt dat zonder nadere gegevens niet kan worden vastgesteld dat de accommodatie onder een van de categorieën valt en dat het enkele verblijf met overnachting door niet-ingeschreven personen geen belastbaar feit vormt. Daarom wordt de aanslag vernietigd. Tevens worden de proceskosten van belanghebbende toegewezen en het griffierecht vergoed.

Uitkomst: De aanslag toeristenbelasting wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van de toepasselijke accommodatiecategorie.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
vierde enkelvoudige belastingkamer
nummer 00/01365
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende : [X] B.V.
te : [Z]
ambtenaar : heffingsambtenaar van de gemeente Denekamp
aangevallen beslissing : uitspraak d.d. 15 juni 2002 op bezwaar
aanslagnummer : […]
soort belasting : toeristenbelasting
jaar : 1999
mondelinge behandeling : op 21 maart 2002 te Arnhem door mr. Matthijssen, raadsheer, in tegenwoordigheid van mw. mr. Sitsen als griffier
waarbij niet verschenen : beide partijen, met kennisgeving aan het Hof
gronden:
1. Belanghebbende heeft aan asielzoekers gelegenheid tot verblijf geboden in het door haar gedurende de periode 1 februari 1999 tot 1 juli 1999 geëxploiteerde voormalige hotel [A te Q]. Na 1 juli 1999 is de exploitatie verzorgd door [B BV te R].
2. De asielzoekers zijn niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens ingeschreven.
3. Belanghebbende is met betrekking tot het verblijf in de periode 1 februari 1999 tot 1 juli 1999 aangeslagen in de toeristenbelasting.
4. Ter zake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente in hotels, pensions, jeugdherbergen, kampeerboerderijen en jeugdhuizen, vakantie-onderkomens, mobiele kampeeronderkomens, en op vaste standplaatsen tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente zijn ingeschreven, wordt onder de naam toeristenbelasting een directe belasting geheven (artikel 1 van Pro de Verordening Toeristenbelasting 1995 van de gemeente Denekamp).
5. Belanghebbende betwist in de conclusie van repliek dat de onderhavige accommodatie kan worden gerangschikt onder één van de in artikel 1 van Pro de Verordening genoemde categorieën en stelt onder meer dat de accommodatie niet kan worden vergeleken met een pension, dat haars inziens kost en inwoning pleegt te omvatten, omdat de asielzoekers zelf dienden te voorzien in de verzorging van ontbijt, lunch en diner.
6. De Ambtenaar, op wie de stelplicht en, in eerste instantie, de bewijslast, rust met betrekking tot de elementen een belastbaar feit, is steeds in gebreke gebleven aan te geven onder welke in artikel 1 van Pro de Verordening bedoelde categorie de onderhavige accommodatie valt. Het enkele verblijf houden met overnachten door niet-ingeschreven personen binnen de gemeente vormt geen belastbaar feit. Ook in het aanslagbiljet is niet vermeld welke accommodatiecategorie van toepassing is.
7. Nu belanghebbende gemotiveerd betwist dat de onderhavige accommodatie kan worden gerangschikt onder één van de in artikel 1 van Pro de Verordening bedoelde categorieën en op grond van de vaststaande feiten niet zonder meer kan worden vastgesteld dat één van de categorieën in casu van toepassing is, kan de aanslag niet in stand blijven.
8. Het Hof tekent hierbij aan dat het betoog van belanghebbende dat zonder voorziening in de "kost" in beginsel niet van een pension kan worden gesproken, juist is en dat zonder nadere, door de Ambtenaar te stellen, gegevens in casu ook van een "hotel" of van een "vakantieonderkomen" (als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, van de Verordening) geen sprake is.
9. Het beroep van belanghebbende is gegrond.
proceskosten:
Belanghebbendes proceskosten zijn in overeenstemming met het Besluit proceskosten bestuursrecht te berekenen op 1,5 × € 322,- ofwel € 483,-.
beslissing:
Het Gerechtshof:
- vernietigt de uitspraak waarvan beroep;
- vernietigt de aanslag;
- veroordeelt de Ambtenaar in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van € 483,-, te vergoeden door de gemeente Denekamp;
- gelast de Ambtenaar aan belanghebbende het door haar gestorte griffierecht van € 204,20 (ƒ 450,-) te vergoeden.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2002 door mr. Matthijssen, raadsheer, lid van de vierde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mw. mr. Sitsen als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, Het lid van de voormelde kamer,
(J.M. Sitsen) (T.J. Matthijssen)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 10 april 2002
Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.