ECLI:NL:GHARN:2002:AE3595
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging fiscale waardering bedrijfsgedeelte onroerende zaak bij winstbepaling
Belanghebbende exploiteerde samen met zijn echtgenote en schoonmoeder een horeca-onderneming in een pand aan een adres te Q. De onroerende zaak, bestaande uit een bungalow met café, cafetaria, snelbuffet, ondergrond, erf en tuin, werd in 1997 gekocht voor ƒ 475.000. De koopakte bevatte een splitsing van de koopsom in een bungalow met ondergrond (ƒ 275.000), bedrijfsgedeelte met ondergrond (ƒ 150.000) en inventaris (ƒ 50.000).
Belanghebbende stelde dat de splitsing onjuist was en dat de waarde van het bedrijfsgedeelte inclusief ondergrond aanzienlijk hoger was dan ƒ 150.000. Het hof oordeelde echter dat bij de winstbepaling en de berekening van afschrijving en investeringsaftrek moet worden uitgegaan van de splitsing zoals vastgelegd in de koopakte, conform vaste jurisprudentie van de Hoge Raad.
De omstandigheden dat de splitsing door verkopers als voorwaarde was gesteld, dat belanghebbende de fiscale consequenties niet had overzien, en zijn betwisting van de waarde, konden niet leiden tot afwijking van de feitelijke koopsomverdeling. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de inspecteur. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de fiscale waardering van het bedrijfsgedeelte zoals vastgelegd in de koopakte en verklaart het beroep ongegrond.