ECLI:NL:GHARN:2002:AE2866
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- mr. De Kroon
- mr. Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens strijdigheid lineaire afschrijving met EG-verdrag
Belanghebbende, een tandarts met praktijk en woonruimte in Duitsland, voerde beroep aan tegen een naheffingsaanslag BPM van ƒ 18.647 wegens invoer van een Volvo personenauto. De Inspecteur handhaafde de aanslag na bezwaar. Het geschil spitste zich toe op de vraag of belanghebbende recht had op vrijstelling van BPM en of de lineaire afschrijvingsmethode in strijd was met het EG-verdrag.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende vanaf 17 oktober 1996 tot 1 mei 1997 zijn normale verblijfplaats had in Nederland, waardoor hij niet voldeed aan de voorwaarden voor vrijstelling. De naheffingsaanslag was daarom terecht opgelegd. Daarnaast oordeelde het Hof dat de lineaire afschrijving van de BPM in strijd was met artikel 95 van Pro het EG-verdrag, omdat deze methode niet garandeert dat de belasting op ingevoerde gebruikte voertuigen niet hoger is dan die op vergelijkbare binnenlands geregistreerde voertuigen.
De wetgever had inmiddels de afschrijvingsmethode aangepast naar een degressieve afschrijving die beter aansluit bij de werkelijke waardedaling en daarmee conform het EG-verdrag is. Het Hof paste deze nieuwe regeling toe en verminderde de aanslag tot € 6.922,87. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot € 6.922,87 wegens strijdigheid van de lineaire afschrijving met het EG-verdrag.