ECLI:NL:GHARN:2002:AE2855
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- M.C.M. de Kroon
- J.P.M. Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Onverbindendheid legesverordening wegens willekeurige en onredelijke heffing bij milieuvergunning
Belanghebbende, een BV die afval verwerkt en nieuw glas opslaat, maakte bezwaar tegen een legesnota van ruim ƒ 50.000 voor een milieuvergunning. De leges waren berekend op basis van technische bedrijfskenmerken volgens de provinciale legesverordening en tarieventabel.
Het Hof oordeelt dat de Verordening en tarieventabel, door de heffing te baseren op technische kenmerken zonder redelijke relatie tot de werkelijke kosten, kunnen leiden tot willekeurige en onredelijke heffing, strijdig met artikel 223 Provinciewet Pro. Dit geldt ook ondanks de toepassing van een hardheidsclausule en een ambtsinstructie die als overgangsregeling dienden.
De rechtbank stelt vast dat de legesheffing voor belanghebbende onevenredig hoog is door de integrale milieuvergunning die alle activiteiten omvat, ook die met lagere tarieven of waarvoor de provincie niet bevoegd is. De Ambtsinstructie biedt onvoldoende verfijning om dit te corrigeren.
Daarom verklaart het Hof het onderdeel 8a van de Verordening onverbindend, vernietigt de uitspraak van de Inspecteur en vermindert de legesnota tot €907,56 (ƒ 2.000). Tevens worden proceskosten aan belanghebbende toegekend. Het arrest bevestigt dat een legesheffing zonder redelijke verhouding tot de kosten onrechtmatig kan zijn.
Uitkomst: De legesverordening is voor een deel onverbindend verklaard en de legesnota verminderd tot € 907,56.