ECLI:NL:GHARN:2002:AE2102
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J. Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardevaststelling onroerende zaak in verband met infrastructurele kostenverplichting
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning in een gebied waar eigenaren verplicht zijn bij te dragen aan het beheer en onderhoud van de infrastructuur. De Ambtenaar stelde de WOZ-waarde van de woning vast op ƒ 345.000,- (prijspeil 1995), terwijl belanghebbende een lagere waarde van ƒ 328.500,- vorderde.
In de procedure stelde de Ambtenaar dat de waardering rekening hield met de waardedrukkende invloed van de infrastructurele kostenverplichting, ondersteund door een taxatierapport waarin vergelijkingsobjecten uit een bungalowpark met een vergelijkbare verplichting werden gebruikt. Belanghebbende leverde een eigen taxatierapport, maar dit ging niet in op de waardedrukkende effecten.
Het Hof oordeelde dat de Ambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde correct was vastgesteld en dat belanghebbende onvoldoende bewijs had geleverd om de waarde te verlagen. Het Hof wees erop dat toekomstige waardebeschikkingen niet automatisch aan de toezegging uit 1995 hoeven te worden gehouden. Het beroep werd ongegrond verklaard en belanghebbende kreeg het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de WOZ-waardevaststelling wordt ongegrond verklaard en de waarde van ƒ 345.000,- wordt bevestigd.