ECLI:NL:GHARN:2002:AE2028
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.J. Matthijssen
- F.J.P.M. Haas
- De Kroon
- Rechtspraak.nl
Geschil over verrekening negatieve marge bij overname onderneming in omzetbelasting
Belanghebbende, een vennootschap onder firma die handelt in gebruikte auto's, nam op 22 november 1996 Automobielbedrijf [A] over onder toepassing van de vrijstelling van artikel 31 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op vanwege correcties op de marge-inkopen, waarbij een negatieve marge van ƒ 101.515,-- bij de overdrager niet werd meegenomen.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende deze negatieve marge mocht verrekenen bij de berekening van haar verschuldigde belasting. Het Hof stelde vast dat de negatieve marge bij de overdrager niet kon worden benut, maar dat dit bedrag aan inkoopwaarde toerekenbaar was aan de overgenomen voorraad.
De Inspecteur beriep zich op artikel 8, tweede lid, van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968, dat de toepassing van bepaalde regelingen uitsluit bij bedrijfsoverdracht. Het Hof oordeelde echter dat deze uitsluiting niet gerechtvaardigd was en dat het niet verrekenen van de negatieve marge zou leiden tot ongerechtvaardigde schade.
Het Hof vernietigde de bestreden uitspraak, matigde de aanslag tot een bedrag van € 2.640,- en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende. Belanghebbende kreeg tevens vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het Hof vernietigde de naheffingsaanslag en matigde deze tot een bedrag van € 2.640,-.