ECLI:NL:GHARN:2002:AE0494
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- J.A. Wolt
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de waarde van vorderingen bij overdracht binnen fiscale eenheid
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een holding, had in 1993 diverse vorderingen op een verlieslatende dochteronderneming overgenomen tegen een zeer lage prijs. In 1995 verkocht hij deze vorderingen aan zijn holding tegen de nominale waarde. De Inspecteur stelde dat de waarde van de vorderingen gelijk was aan de oorspronkelijke lage aankoopprijs en verhoogde het belastbaar inkomen met het verschil.
Belanghebbende voerde aan dat de situatie in 1994 en 1995 was verbeterd, waardoor de nominale waarde gerechtvaardigd was. Het Hof stelde vast dat de verbetering van de resultaten al in 1993 was ingezet en dat er geen wezenlijke verandering was die een hogere waardering rechtvaardigde. De overdracht vond vermoedelijk medio 1995 plaats, waarbij slechts beperkte informatie over dat jaar beschikbaar was.
Het Hof concludeerde dat de waarde van de vorderingen bij overdracht gelijk was aan de kostprijs en dat het verschil als uitdeling moest worden aangemerkt. Deze conclusie werd bevestigd door de waardering van aandelen in 1997 en de aangifte vermogensbelasting van belanghebbende. Het beroep werd afgewezen en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de waarde van de vorderingen gelijk is aan de kostprijs en wijst het beroep af.