ECLI:NL:GHARN:2002:AE0487
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Lamens
- Van Schie
- Nieuwenhuizen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van legesheffing bij dijkverbeteringsplan en bouwvergunning
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de kennisgeving van leges in verband met een dijkverbeteringsplan waarvoor een bouwvergunning is verleend. De leges waren gebaseerd op de geraamde bouwkosten van het project, inclusief werkzaamheden waarvoor geen bouwvergunning vereist is. De Ambtenaar had de leges verminderd op grond van de hardheidsclausule.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of de leges geheven mochten worden over het gehele bedrag van de bouwkosten, dan wel slechts over het deel waarvoor vergunningplicht bestond. Belanghebbende stelde dat de heffing onredelijk en in strijd met het gelijkheidsbeginsel was, omdat voor aanlegvergunningen geen leges werden geheven.
Het Hof oordeelde dat aanlegvergunningen en bouwvergunningen niet gelijkgesteld kunnen worden en dat het verschil in heffing objectief en redelijk te rechtvaardigen is. Tevens werd bevestigd dat de heffingsmaatstaf gebaseerd moet zijn op de ten tijde van de aanvraag bekende aannemingssom of een raming daarvan. De hardheidsclausule was correct toegepast door de Ambtenaar.
De conclusie was dat de kennisgeving terecht en tot het juiste bedrag was vastgesteld, en het beroep ongegrond werd verklaard. Proceskosten werden niet aan de Ambtenaar toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de legesheffing wordt ongegrond verklaard en de kennisgeving bevestigd.