ECLI:NL:GHARN:2002:AD9864
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- Wolt
- drs Van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag grondwaterbelasting wegens geen samenhangend geheel van putten
Belanghebbende exploiteerde een akkerbouwbedrijf met twee grondwaterputten, gesitueerd op verschillende locaties en meer dan 1.000 meter uit elkaar. De inspecteur had de putten als één inrichting aangemerkt en een naheffingsaanslag opgelegd wegens overschrijding van de vrijgestelde hoeveelheid grondwater.
Het geschil betrof de vraag of de putten als één inrichting in de zin van artikel 3, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm) moeten worden beschouwd. Belanghebbende betwistte dit, terwijl de inspecteur dit standpunt verdedigde. Het hof oordeelde dat de technische en organisatorische criteria, waaronder de afstand tussen de putten en het ontbreken van een functionele verbinding, onvoldoende waren om de putten als één inrichting te kwalificeren.
De vergunning van gedeputeerde staten uit 1979 betrof weliswaar beide putten, maar dit was geen doorslaggevend criterium. Ook het argument van economische samenhang werd niet gevolgd omdat de wetgever zich richt op technische aspecten. Het beroep werd gegrond verklaard en de naheffingsaanslag vernietigd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag grondwaterbelasting wordt vernietigd omdat de putten niet als één inrichting worden beschouwd.