ECLI:NL:GHARN:2002:AD8936
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- J.P.M. Kooijmans
- M.C.M. de Kroon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of landbouwbedrijf en tankenhandel twee afzonderlijke ondernemingen vormen voor stakingswinstvrijstelling
Belanghebbende exploiteerde sinds 1961 een landbouwbedrijf en startte in de jaren tachtig een tankenhandel. In 1994 bracht hij beide activiteiten in een maatschap in. In 1997 werd het landbouwbedrijf beëindigd, waarna de tankenhandel op een andere locatie werd voortgezet.
De kern van het geschil was of de landbouwactiviteiten en de tankenhandel als één onderneming moesten worden beschouwd, dan wel als twee afzonderlijke ondernemingen. Belanghebbende stelde dat het om twee aparte ondernemingen ging, met gescheiden administraties en verschillende markten, terwijl de Inspecteur dit betwistte en slechts één onderneming aannam.
Het Hof stelde vast dat de grootboekrekeningen en jaarrekening een duidelijke splitsing van opbrengsten en kosten lieten zien, dat de activiteiten op verschillende markten opereren en dat de tankenhandel na beëindiging van het landbouwbedrijf zelfstandig werd voortgezet. Het Hof concludeerde dat er sprake was van twee afzonderlijke ondernemingen.
Hierdoor had belanghebbende recht op de verhoogde stakingswinstvrijstelling zoals bedoeld in artikel 8 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het Hof vernietigde de bestreden uitspraak, verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 50.119 en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: Het Hof oordeelt dat landbouwbedrijf en tankenhandel twee afzonderlijke ondernemingen zijn en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 50.119.