ECLI:NL:GHARN:2002:AD8568

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
3 januari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
99-03048
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J. Lamens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigenArt. 1 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
1 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging aanslag premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen 1998 wegens ontbreken verzekeringsstatus

Belanghebbende was het niet eens met de aanslag voor de premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen over het jaar 1998, waarbij een premie-inkomen van ƒ 3.108 en een franchise van ƒ 41.221 waren vastgesteld. Belanghebbende stelde dat deze bedragen onjuist waren en respectievelijk nihil en ƒ 41.771 moesten zijn. De Inspecteur onderschreef het standpunt van belanghebbende omtrent de bedragen maar weigerde de aanslag te herzien omdat hij meende dat belanghebbende geen belang had bij het beroep.

Het hof oordeelde dat belanghebbende wel ontvankelijk was in het beroep, omdat niet uitgesloten kon worden dat belanghebbende nadeel zou ondervinden van de vaststelling van het premie-inkomen. Vervolgens stelde het hof vast dat belanghebbende niet als verzekerde in de zin van artikel 3 van Pro de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen kon worden aangemerkt. Dit oordeel van de Inspecteur was niet juridisch onjuist en leidde tot de conclusie dat de aanslag ten onrechte was opgelegd.

Daarom vernietigde het hof zowel de uitspraak op bezwaar als de aanslag zelf. Tevens werd de Inspecteur gelast het door belanghebbende betaalde griffierecht van ƒ 60 te vergoeden. De mondelinge uitspraak werd gedaan op 3 januari 2002 en er is geen beroep in cassatie mogelijk tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Het Gerechtshof vernietigt de aanslag en verklaart het beroep ontvankelijk omdat belanghebbende niet als verzekerde kan worden aangemerkt.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
zesde enkelvoudige belastingkamer
nummer 99/03048
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
Belanghebbende : [X]
Te : [Z]
Verweerder : de Inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren [P]
Aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar d.d.11 augustus 1999
Betreft : aanslag premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen over 1998
Nummer : [0.W86]
Mondelinge behandeling : op 20 december 2001 te Arnhem
Waarbij verschenen : belanghebbende en [de Inspecteur]
Gronden:
1. De Inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 1998 een aanslag in de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen opgelegd tot een te betalen bedrag van nihil. Als premie-inkomen is daarin vermeld ƒ 3.108,-- en als franchise een bedrag van ƒ 41.221,--. Belanghebbende verdedigt dat die bedragen achtereenvolgens nihil en ƒ 41.771,-- moeten zijn. De Inspecteur schaart zich achter het standpunt van belanghebbende.
2. Belanghebbende wenst dat de in het aanslagbiljet vermelde bedragen worden herzien. De Inspecteur laat dit achterwege omdat belanghebbende daarbij, naar zijn mening, geen belang heeft. Hij stelt zich op het standpunt dat belanghebbende bij gebrek aan belang niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn beroep. Het Hof zal de Inspecteur in dat standpunt niet volgen, nu niet geheel te overzien is welk nadeel belanghebbende ooit zou kunnen hebben van de vaststelling van het bedrag aan premie-inkomen. Een rechterlijke uitspraak biedt de belanghebbende in dit geval meer zekerheid dan de - door de Inspecteur aangeboden - schriftelijke verklaring dat de vaststelling van het bedrag aan premie-inkomen onjuist is en nihil bedraagt.
3. Belanghebbende is derhalve ontvankelijk in zijn beroep.
4. Het is het Hof vervolgens gebleken dat de uitspraak en de aanslag niet in stand kunnen blijven. De Inspecteur heeft - onweersproken - geoordeeld dat belanghebbende niet als verzekerde in de zin van artikel 3 van Pro de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering is aan te merken. Het Hof zal partijen in dit oordeel volgen, nu niet gebleken is dat dit berust op een juridisch onjuist uitgangspunt. De aanslag is dan ten onrechte aan belanghebbende opgelegd en dient te worden vernietigd.
Slotsom:
Het beroep is gegrond.
Proceskosten:
In beroep is niet gebleken van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en ook overigens niet van kosten die volgens artikel 1 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht kunnen worden begrepen in een kostenveroordeling op de voet van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Beslissing:
Het Gerechtshof:
- vernietigt de uitspraak waarvan beroep;
- vernietigt de onderhavige aanslag, en
- gelast de Inspecteur aan belanghebbende te vergoeden het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van ƒ 60,-.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 3 januari 2002 door mr. J. Lamens, lid van de zesde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. E.M. van Hoorn als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, Het lid van de voormelde kamer,
(E.M. van Hoorn) (J. Lamens)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 10 januari 2002
Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het Gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het Gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.