ECLI:NL:GHARN:2002:AD8563
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M. van Schie
- F.J.P.M. Haas
- Nieuwenhuizen
- Rechtspraak.nl
Vermindering successieaanslag wegens juiste waardering landbouwbedrijf en anti-speculatiebeding
Belanghebbende erfde op 11 december 1997 het landbouwbedrijf van zijn vader, die kort daarvoor was overleden. Op dat moment was belanghebbende nog minderjarig en was er geen bedrijfsopvolger die het bedrijf kon voortzetten, waardoor het bedrijf binnen korte tijd werd verkocht. De Inspecteur legde een successieaanslag op gebaseerd op een verkrijging van ƒ 2.678.056, zonder rekening te houden met het anti-speculatiebeding dat een schuld van ƒ 928.605 zou vormen.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag en stelde dat de verkrijging lager moest worden vastgesteld op ƒ 1.749.451, mede vanwege de toepassing van een staatssecretarie-resolutie die de waarde van landbouwgrond en quota anders waardeert. De Inspecteur was aanvankelijk van mening dat de schuld uit het anti-speculatiebeding niet aftrekbaar was omdat deze op het moment van overlijden nog niet afdwingbaar was, maar stemde later in met de lagere waardering.
Het Hof oordeelde dat de schuld uit het anti-speculatiebeding terecht niet als afdwingbare schuld kon worden aangemerkt op het moment van overlijden, maar dat de waardering van het landbouwbedrijf volgens de resolutie wel toegepast kon worden. Hierdoor werd de aanslag verminderd tot een verkrijging van ƒ 1.749.451. Tevens veroordeelde het Hof de Inspecteur in de proceskosten ten gunste van belanghebbende.
Uitkomst: De successieaanslag wordt verminderd tot een verkrijging van ƒ 1.749.451 vanwege juiste waardering en toepassing anti-speculatiebeding.