ECLI:NL:GHARN:2001:AF0557
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Maten
- Rechtspraak.nl
Niet ontvankelijkheid verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling wegens ontbreken minnelijke regeling
Verzoekers, gehuwd in algehele gemeenschap van goederen, hebben een schuldlast van circa fl.59.306,01 en een gezamenlijk inkomen waarbij verzoeker in loondienst circa fl.2.577,16 netto per maand verdient. De door de Stadsbank Oost-Nederland opgemaakte verklaring ex artikel 285 Faillissementswet Pro vermeldt niet welke pogingen zijn gedaan om een minnelijke regeling met schuldeisers te treffen.
De rechtbank stelt vast dat de verklaring onjuistheden bevat, onder andere omdat uit bijlagen blijkt dat verzoekers een aflossingscapaciteit van fl.113,25 hebben. Tevens is niet aannemelijk gemaakt dat er een poging tot minnelijke regeling is gedaan, wat vereist is volgens artikel 285 lid 1 onder Pro e Faillissementswet.
De rechtbank oordeelt dat het minnelijke traject niet of niet naar behoren is uitgevoerd en dat de verklaring ten onrechte is afgegeven. Hierdoor voldoet het verzoekschrift niet aan de wettelijke eisen en worden verzoekers niet ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Verzoekers worden niet ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens het ontbreken van een minnelijke regeling.