ECLI:NL:GHARN:2001:AF0062

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
28 september 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
2001/ 506
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Houtman
  • Steeg
  • Hilverda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 FwArt. 63 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling na faillissement echtgenoot

X en haar echtgenoot Y waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en vielen onder de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank te Assen had de schuldsaneringsregeling ten aanzien van beiden beëindigd, waarna een faillissement volgde. X stelde dat haar schuldsanering tussentijds moest worden beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 aanhef Pro en onder a van de Faillissementswet (Fw).

Het hof oordeelde dat de Rabobank afstand had gedaan van haar rechtsvorderingen op X, waardoor deze als voldaan konden worden beschouwd. Daarnaast was voldaan aan de vordering van Trans Ned. door het te gelde maken van zekerheden, en had Trans Ned. geen vorderingen ter verificatie ingediend. Schulden die voortkwamen uit de bedrijfsuitoefening van Y vielen onder het faillissement van Y en konden niet leiden tot regres op X.

De bewindvoerder stelde dat X aansprakelijk was voor schulden ten behoeve van de huishouding, maar het hof achtte aannemelijk dat deze schulden eveneens tot het faillissement van Y behoorden of reeds voldaan waren. Gezien deze omstandigheden werd de schuldsaneringsregeling ten aanzien van X beëindigd. Het verzoek van de bewindvoerder tot beëindiging op andere gronden behoefde geen bespreking.

Uitkomst: De wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van X wordt beëindigd op grond van art. 350 lid 3 aanhef en onder a Fw.

Uitspraak

Het gerechtshof te Arnhem
Arrest gewezen inzake
X.en Y,
Beidenwonende te P.,
Appellanten,
Hierna te noemen: X.en Y,
Procureur mr. P. C. Plochg.
1. Het geding voor verwijzing
Bij twee afzonderlijke vonnissen van de rechtbank te Assen van 19 oktober 1999 is ten aanzien van appellante (hierna te noemen: X) en haar echtgenoot Y (verder te noemen: Y) de definitieve toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uitgesproken.
Bij vonnis van die rechtbank van 31 oktober 2000 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien vanX en Y op verzoek van de bewindvoerder en op voordracht van de rechter- commissaris beëindigd. In het Faillissement, waarin X en Y van rechtswege zouden komen te verkeren met ingang van de datum dat dit vonnis in kracht van gewijsde zou zijn gegaan, is tot rechter- commissaris benoemd mr. J. H. Kuiper en tot curator mr. M. Sarneel.
X en Y hebben tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld Bij arrest van het hof te Leeuwarden van 22 november 2000 is voormeld vonnis van 31 oktober 2000 bekrachtigd.
X heeft tegen dit arrest beroep in cassatie ingesteld. Bij arrest van 13 juli 2001 heeft de Hoge Raad het arrest van het hof te Leeuwarden van 22 november 2000 vernietigd en de zaak verwezen naar dit hof ter verdere behandeling en beslissing. Het hof verwijst naar voormeld arrest van de Hoge Raad van 13 juli 2001, dat in fotokopie aan dit arrest is gehecht.
2. Het geding na verwijzing
2.1 Bij ter griffie van het hof op 30 juli 2001 ingekomen verzoekschrift heeft X het hof verzocht de door de Hoge Raad verwezen zaak verder te behandelen, het vonnis van de rechtbank te Assen van 31 oktober 2000 te vernietigen voor zover ten aanzien van X gewezen en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat het verzoek van X tot beëindiging van de schuldsanering op grond van art. 350 lid 3 aanhef Pro en onder a van de Faillissementswet (verder: Fw.) wordt toegewezen en het verzoek van de bewindvoerder tot beëindiging van de schuldsanering van X op grond van art. 350 lid 3 aanhef Pro en onder c en of e Fw wordt afgewezen.
2.2 Het hof heeft kennis genomen van de overige stukken, alsmede de bij faxbericht van de advocaat van X mr. A. K. Doornbosch, advocaat te Assen, van 12 september 2001 toegezonden stukken, te weten het inleidend verzoek strekkende tot toepassing van de schuldsaneringsregeling met de verklaring schuldsanering en een overzicht van de schulden, een faxbericht van mr. Doornbosch voornoemd van 24 september 2001 met als bijlage een brief van de Postbank te Leeuwarden van21 september 2001.
2.3 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 september 2001, waarbij X is verschenen in persoon, bijgestaan door mr. Doornbosch voornoemd. Tevens is verschenen de opvolgend bewindvoerder, mr. J. J. D. de Leur, advocaat te Zwolle.
3 De motivering van de beslissing
3.1 X stelt primair dat de schuldsaneringsregeling ten aanzien van haar dient te worden beëindigd
op grond van art. 350 lid 3 aanhef Pro en onder a Fw schulden meer heeft.
3.2 Gebleken is dat X(die met Y is gehuwd in algehele gemeenschap van goederen) hoofdelijk aansprakelijk was voor twee schulden die in het kader van de onderneming van Y, de inmiddels geallieerde besloten vennootschap Drakkar Transport B. V. en een eenmanszaak Drakkar Transport, zijn ontstaan, te weten een schuld aan de Rabobank te Zwolle en een schuld aan Trans Ned. Leasemaatschappij B. V. (verder: Trans Ned.) te Eindhoven. Blijkens de voor akkoord getekende brief van de advocaat van De B aan de Rabobank te Zwolle van 12 september 2001 heeft de Rabobank afstand gedaan van haar rechtsvorderingen op X en beschouwt zijn de schuld van X als een natuurlijke verbintenis.
3.3 Het hof is van oordeel dat de vordering van de Rabobank, nu zij niet langer afdwingbaar is, kan worden beschouwd als voldaan in de zin van art. 350 lid 3 aanhef Pro en onder a Fw, mede gelet op de doelstelling van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
3.4 Voldoening door Y van meer dan de helft van de vordering waarvoor X hoofdelijk aansprakelijk was, kan niet leiden tot een schuld van X aan Y, daar het faillissement van Y krachtens art. 63 Fw Pro als faillissement van de gemeenschap van goederen wordt behandeld en X met Y gelijkelijk gerechtigd tot de gemeenschap - in gelijke mate bijdraagt aan de betaling van de schulden van Y. Van regres op X door Y kan geen sprake zijn.
3.5 Ten aanzien van de vordering van Trans Ned. stelt X dat die vordering mat het te gelde maken van aan Trans Ned. verstrekte zekerheden is voldaan en dat Trans Ned. nimmer heeft gereageerd op het verzoek van de bewindvoerder om een eventueel resterende vordering ter verificatie in te dienen. Nu Trans Ned., hoewel bijna twee jaar geleden aangeschreven, geen vorderingen ter verificatie in het kader van de schuldsaneringsregeling van X of in het kader van het faillissement van haar echtgenoot heeft ingediend moet het er naar ’s hofs oordeel voor worden gehouden dat geen schuld aan Trans Ned. bestaat waarvoor X (mede -)aansprakelijk is.
3.6 De bewindvoerder heeft ter zitting in hoger beroep aangevoerd dat X ook nog aansprakelijk is voor de ten behoeve van de gewonen gang van de huishouding aangegane verbintenissen. Volgens hem zijn in dat kader schulden ontstaan aan KPN Telecom, NV Waterleidingmaatschappij Drenthe, Mondie Collect, Postbank en Ernst & Young. X heeft gemotiveerd betwist dat zij aansprakelijk is voor deze schulden.
3.7 Het hof acht voldoende aannemelijkheid gemaakt dat de schulden aan KPN Telecom, NV Waterleidingmaatschappij Drenthe, Mondie Collect en Ernst & Young zijn gemaakt in het kader van de bedrijfsuitoefening van Drakkar Transport en daarmee vallen in het faillissement van Y. De schuld aan de Postbank betreft twee debetsaldi op girorekeningen van De B van respectievelijke fl.160,06 en fl.535,43. Deze schulden zijn blijkens een brief van de Postbank van 21 september 2001 betaald.
3.8 Een en ander leidt tot de conclusie dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van X te worden beëindigd, nu de vorderingen ten aan zien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, gelden als voldaan. Het verzoek van de bewindvoerder strekkende tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling op grond van art. 350 lid 3 aanhef Pro en onder c en e behoeft daarom geen bespreking.
3. De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
vernietigt het vonnis van de rechtbank te Assen van 31 oktober 2000 eb, opnieuw rechtdoende:
beëindigd de toepassing van de wettelijke schuldsanering ten aanzien van X op de grond van art.350 lid 3 aanhef Pro en onder a Fw.
Dit arrest is gewezen door mrs Houtman, Steeg en Hilverda, in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 september 2001 en bij afwezigheid van de voorzitter getekend door de oudste raadsheer.