ECLI:NL:GHARN:2001:AD9581
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- M.C.M. de Kroon
- J.P.M. Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning vanwege bijzondere bewoning belendend pand
Het gerechtshof Arnhem behandelde een geschil over de WOZ-waarde van een woning gelegen aan een adres te Z, met als waardepeildatum 1 januari 1994. De Ambtenaar stelde de waarde vast op ƒ 475.000, gebaseerd op verkoopcijfers van vergelijkbare woningen, zonder een taxatierapport.
Belanghebbende betoogde dat de waarde van zijn woning negatief werd beïnvloed door de bewoning van het naastgelegen pand door jongeren onder psychiatrische begeleiding, wat een waardedruk van circa 20% zou veroorzaken. Hij ondersteunde dit met verkoopgegevens van nabijgelegen woningen en stelde dat de vergelijkingsobjecten van de Ambtenaar niet vergelijkbaar waren vanwege het ontbreken van bijzondere bewoning.
Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de waardedruk exact 20% bedroeg, maar wel dat de bijzondere bewoning een invloed had op de waarde. De Ambtenaar kon deze invloed niet overtuigend weerleggen. Daarom stelde het hof de waarde van de woning vast op ƒ 450.000, lager dan de door de Ambtenaar vastgestelde waarde.
Daarnaast veroordeelde het hof de Ambtenaar tot vergoeding van proceskosten van ƒ 100 en tot terugbetaling van het door belanghebbende betaalde griffierecht van ƒ 80. De uitspraak werd mondeling gedaan en is niet vatbaar voor cassatie.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd naar ƒ 450.000 vanwege waardedruk door bijzondere bewoning van het belendende pand.