ECLI:NL:GHARN:2001:AD8018
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Hof vernietigt uitspraak Inspecteur en verklaart belanghebbende ontvankelijk in bezwaar tegen definitieve aanslag inkomstenbelasting 1997
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een definitieve aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1997 die was opgelegd door de Inspecteur. De aanslag was hoger vastgesteld dan het door belanghebbende opgegeven belastbaar inkomen, mede door toepassing van het bijzondere tarief van artikel 57 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en wees een verzoek tot vermindering af. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof.
Tijdens de procedure bleek dat belanghebbende de uitnodiging voor de mondelinge behandeling niet had ontvangen, waarna de eerste zitting werd geschorst. Bij de tweede zitting was belanghebbende afwezig, maar de griffier kon aantonen dat de oproeping correct was verzonden en ontvangen. Het Hof stelde vast dat belanghebbende tijdig een brief had gestuurd die als bezwaarschrift had moeten worden aangemerkt, waardoor de Inspecteur ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur niet verplicht was de definitieve aanslag op dezelfde onjuiste wijze vast te stellen als de voorlopige aanslag, tenzij bijzondere omstandigheden het vertrouwen rechtvaardigden. Belanghebbende had geen feiten aangevoerd die dat vertrouwen konden rechtvaardigen. Het beroep tegen de heffingsrente was niet-ontvankelijk omdat daartegen geen bezwaar was gemaakt. Het Hof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur, verklaarde belanghebbende ontvankelijk, handhaafde de aanslag en wees het beroep tegen de heffingsrente af. Tevens werd het door belanghebbende betaalde griffierecht aan hem vergoed.
Uitkomst: Het Hof verklaart belanghebbende ontvankelijk in zijn bezwaar, vernietigt de uitspraak van de Inspecteur, handhaaft de aanslag en verklaart het beroep tegen de heffingsrente niet-ontvankelijk.