ECLI:NL:GHARN:2001:AD8014

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
4 december 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01-00352
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1777 Boek 7a BWArt. 8:75 AwbArtikel 5 Verordening afvalstoffenheffing 1998 Intergemeentelijk Orgaan Rivierenland
Verwijzingen
1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering voorlopige aanslag afvalstoffenheffing wegens onterecht opgelegde extra container

Belanghebbende verwierf op 1 november 2000 de eigendom van een pand en maakte sindsdien feitelijk gebruik van het pand. De ambtenaar legde op 8 december 2000 een voorlopige aanslag afvalstoffenheffing op, gebaseerd op één groene container en twee grijze containers, conform het pakket van de vorige bewoner.

Belanghebbende stelde dat hij slechts gebruik maakte van één groene en één grijze container en dat het containerpakket niet aan het pand maar aan de gebruiker verbonden zou moeten zijn. De ambtenaar hield vast aan het standpunt dat het pakket aan het perceel verbonden is en bleef uitgaan van twee grijze containers.

Het hof oordeelde dat het containerpakket niet zonder meer aan het perceel is verbonden, maar dat voor de extra grijze container geen bruikleenovereenkomst was gesloten. Daarom was de aanslag ten aanzien van deze container onterecht opgelegd en werd de aanslag verminderd met ƒ 24,--. Tevens werden proceskosten van ƒ 200,-- toegewezen aan belanghebbende.

Uitkomst: De voorlopige aanslag afvalstoffenheffing wordt verminderd met ƒ 24,-- wegens onterecht opgelegde aanslag voor een extra container.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
achtste enkelvoudige belastingkamer
nummer 01/00352
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende : [X]
te : [Z]
ambtenaar : de heffingsambtenaar van het Intergemeentelijk Orgaan Rivierenland
(hierna: de Ambtenaar)
aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaarschrift tegen de voorlopige aanslag afvalstoffenheffing
(aanslagnummer: […])
jaar : 2000
mondelinge behandeling : op 20 november 2001 te […]
waarbij verschenen : belanghebbende
waarbij niet verschenen : de Ambtenaar, hoewel overeenkomstig de wet opgeroepen
gronden:
1. Belanghebbende heeft op 1 november 2000 de eigendom van het pand [a-weg 1 te Z] verworven. Hij maakt sinds die datum feitelijk gebruik van dit pand. Met betrekking tot het pand geldt voor het Intergemeentelijk Orgaan Rivierenland een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.
2. De vorige bewoner van het pand maakte in dit kader gebruik van één container van 140 liter bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval (de zogenoemde groene container) en van twee containers van 240 liter bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen (de zogenoemde grijze containers).
3. De Ambtenaar heeft belanghebbende, als degene die feitelijk gebruik maakt van bedoeld pand, op 8 december 2000 een voorlopige aanslag in de afvalstoffenheffing voor het jaar 2000 opgelegd ten bedrage van ƒ 110,67. Deze aanslag heeft betrekking op de periode 1 november 2000 tot en met 31 december 2000 en is berekend naar één groene container van 140 liter en twee grijze containers van 240 liter.
4. Belanghebbende bestrijdt deze aanslag met de stelling dat hij slechts gebruik wenst te maken - en zulks in de onderhavige periode ook heeft gedaan - van één groene container van 140 liter en van één grijze container van 240 liter. Belanghebbende is van oordeel dat hij niet is gebonden aan het door de vorige bewoner aangevraagde containerpakket. Het had, aldus belanghebbende, op de weg van de heffende instantie gelegen om bij hem als nieuwe bewoner te informeren van welk containerpakket hij gebruik wenste te maken.
5. De Ambtenaar deelt de zienswijze van belanghebbende niet. Naar zijn opvatting is een containerpakket verbonden aan een perceel en niet aan de gebruiker daarvan. Bij wijziging van de eigenaar/gebruiker van een pand blijft het containerpakket gehandhaafd, tenzij de nieuwe eigenaar/gebruiker aangeeft een ander containerpakket te willen gebruiken.
6. Dienaangaande heeft het volgende te gelden. Ingevolge artikel 5 van Pro de Verordening afvalstoffenhefing 1998 van het Intergemeentelijk Orgaan Rivierenland wordt de afvalstoffenheffing geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. In hoofdstuk 1.1. van deze tarieventabel is de hoogte van het verschuldigde tarief (onder meer) gekoppeld aan de samenstelling van het containerpakket, en is het tarief voor een extra container van 240 liter, bestemd voor overige huishoudelijke afvalstoffen, bepaald op ƒ 144,-- per jaar. In de toelichting bij de onderhavige verordening wordt in onderdeel 4 opgemerkt:
" Het bedrag dat op de termijnnota (…) gereserveerd is voor de afvalstoffenheffing betreft een twaalfde gedeelte van het jaartarief dat behoort bij het containerpakket dat de belastingplichtige in bruikleen heeft".
In onderdeel 8 van deze toelichting wordt met betrekking tot het in hoofdstuk 1.1.1. van de tarieventabel opgenomen tarief opgemerkt dat het een basistarief betreft. Dit is het laagste tarief dat betaald moet worden ongeacht de middelen die aan de belastingplichtige ter beschikking worden gesteld. De toelichting vervolgt dan met de zin:
"Van een basispakket, waarvoor het basistarief geldt, is sprake bij het in bruikleen hebben van:
- een container van 140 liter, bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval en/of een container van 120 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen;
- of een container van 140 liter, bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval en/of een container van 140 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen."
7. Uit het vorenstaande volgt dat de in het kader van de onderhavige afvalstoffenheffing verschuldigde tarieven worden berekend aan de hand van het containerpakket dat de belastingplichtige in bruikleen is gegeven.
8. Bruikleening is, aldus artikel 1777 Boek Pro 7a BW, eene overeenkomst, waarbij de eene partij aan de andere eene zaak om niet ten gebruike geeft, onder voorwaarde dat degene die deze zaak ontvangt, dezelve, na daarvan gebruik te hebben gemaakt, of na eenen bepaalden tijd, zal terug geven.
9. De stelling van de Ambtenaar dat het containerpakket is verbonden aan het perceel en niet aan de gebruiker, kan, in het licht van het vorenoverwogene, niet als juist worden aanvaard.
10. Nu tussen belanghebbende en de heffende instantie ter zake van de - buiten het basispakket vallende - extra grijze container geen overeenkomst van bruiklening is gesloten, heeft de Ambtenaar belanghebbende ter zake van deze container ten onrechte in de afvalstoffenheffing betrokken.
11. Het beroep is gegrond. De onderhavige aanslag dient te worden verminderd met ƒ 24,--.
proceskosten
Het Hof acht termen aanwezig voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het Hof begroot deze kosten - in goede justitie - op ƒ 200,- voor reis-, verblijf- en verletkosten.
beslissing:
Het Hof:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak;
- vermindert de voorlopige aanslag tot ƒ 86,67,
- gelast de Ambtenaar aan belanghebbende te vergoeden het door deze gestorte griffierecht van ƒ 60,--, en
- veroordeelt de ambtenaar in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op ƒ 200,-- en wijst aan het Intergemeentelijk Orgaan Rivierenland als de rechtspersoon die deze kosten aan belanghebbende dient te vergoeden.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2001 te Arnhem door mr Kooijmans, lid van de achtste enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr Den Ouden als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, De voorzitter,
(R. den Ouden) (J.P.M. Kooijmans)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 7 december 2001
U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak het gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak is griffierecht verschuldigd.
De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.