ECLI:NL:GHARN:2001:AD5596
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete naheffingsaanslag loonbelasting wegens verzuim zonder avas
Belanghebbende, een BV, deed aangifte loonbelasting over december 1998, waarbij een bedrag van ƒ 6.070 werd aangegeven, exclusief een tantième aan de directeur. Later werd een suppletieaangifte ingediend voor een hoger bedrag van ƒ 51.068, waarop de Inspecteur een naheffingsaanslag oplegde met een boete van 5% wegens verzuim.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de boete en stelde dat zij uit eigen initiatief had gehandeld en dat de boete disproportioneel was. De Inspecteur handhaafde de boete. Het Hof oordeelde dat de boete terecht was opgelegd omdat er geen sprake was van afwezigheid van alle schuld (avas) en dat de regelgeving correct was toegepast.
Het Hof wees erop dat het aanzienlijke bedrag en het ontbreken van belemmeringen voor onmiddellijke betaling de boete passend maken. De tussenkomst van de adviseur en het tijdstip van naheffing deden hieraan niet af. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de boete van 5% over de naheffingsaanslag loonbelasting wegens verzuim zonder avas.