ECLI:NL:GHARN:2001:AD5538
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beschikking over verzekeringsplicht zelfstandige op grond van Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
Belanghebbende, een zelfstandige ondernemer, voerde beroep aan tegen een beschikking van de Inspecteur waarin werd vastgesteld dat hij verzekerd is ingevolge artikel 3d van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen. Het geschil betrof de rechtmatigheid van de wijze waarop het belastbare inkomen werd vastgesteld en de toepassing van de Regeling tijdvak en inkomen ziekenfondsverzekering zelfstandigen.
Tijdens de mondelinge behandeling trok belanghebbende zijn formele bezwaren tegen de Inspecteur in en erkenden partijen dat het beroep formeel ontvankelijk was. Het hof oordeelde dat belanghebbende voldeed aan de wettelijke voorwaarden van artikel 3d en dat de Regeling, waarin het gemiddelde inkomen over de jaren 1995-1997 werd gehanteerd, niet in strijd was met het recht of het legaliteitsbeginsel.
Het hof verwierp de inhoudelijke grieven van belanghebbende, waaronder het betoog dat sprake zou zijn van terugwerkende kracht en ongelijke behandeling ten opzichte van werknemers. Ook werd geoordeeld dat de Inspecteur niet op grond van billijkheid van de Regeling mocht afwijken.
De conclusie was dat het beroep ongegrond was en dat de beschikking van de Inspecteur werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan en schriftelijk vastgelegd op verzoek van partijen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de beschikking van de Inspecteur bevestigd.