ECLI:NL:GHARN:2001:AD5274
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- Lamens
- Wolt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het heffingsmoment en inhoudingsplicht bij aandelenoptieplan in loonbelasting
Het geschil betreft de vraag of in 1994 een onvoorwaardelijke, voldoende inhoudelijk bepaalde en uitoefenbare optieovereenkomst is gesloten tussen belanghebbende en twee werknemers, en of de naheffingsaanslag loonbelasting terecht is opgelegd.
Het hof stelt vast dat in juli 1994 slechts de intentie bestond om een aandelenoptieplan uit te werken, maar dat de overeenkomst pas in 1996 formeel werd vastgelegd. De inhoud van de optieovereenkomst was in de jaren 1994 tot en met 1996 niet volledig bepaald en de opties waren niet aanstonds of na een vaste termijn uitoefenbaar. Hierdoor was er geen heffingsmoment in 1994.
Belanghebbende kon geen beroep doen op het vertrouwensbeginsel ten aanzien van de naheffingsaanslag, omdat de Inspecteur geen bewuste standpuntbepaling had genomen en de correspondentie geen fiscale acceptatie van het heffingsmoment in 1994 inhield. Ook was belanghebbende niet inhoudingsplichtige voor de vergoedingen die de werknemers ontvingen.
Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag loonbelasting voor het tijdvak 1994-1997. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag loonbelasting.