ECLI:NL:GHARN:2001:AD5147
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Houtman
- Smeeïng-Van Hees
- Groen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling griffierecht bij hoger beroep in schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
Bij vonnis van de rechtbank Almelo werd de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van opposante beëindigd. Dit vonnis werd door het hof bekrachtigd. Opposante kwam in verzet tegen de beslissing van de griffier tot heffing van griffierecht in hoger beroep en verzocht om ontheffing of vermindering hiervan.
Opposante stelde dat de wetgever beoogt natuurlijke personen in financiële moeilijkheden vrij te stellen van griffierecht om de toegang tot de rechter te waarborgen, ook in hoger beroep. Zij wees op de korte beroepstermijn en de financiële drempels die dit met zich meebrengt.
Het hof verwees naar de parlementaire geschiedenis van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen en de Wet Tarieven Burgerlijk Recht, waarin wordt benadrukt dat in eerste aanleg geen griffierecht wordt geheven om de toegankelijkheid te bevorderen. Het hof oordeelde echter dat deze vrijstelling niet geldt voor hoger beroep, waar een procureur moet optreden en wel griffierecht verschuldigd is.
Daarom verklaarde het hof het verzet ongegrond en bevestigde de heffing van het griffierecht in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzet tegen het opgelegde griffierecht in hoger beroep ongegrond.