ECLI:NL:GHARN:2001:AD5140
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Houtman
- Groen
- Hilverda
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onderscheidend vermogen stip als beeldmerk voor advocaten- en notarissendiensten
In deze civiele zaak staat centraal of het beeldmerk van een stip, gedeponeerd door Nauta Dutilh voor diensten van advocaten en notarissen, voldoende onderscheidend vermogen bezit om als herkomstaanduiding te dienen. Het hof stelt vast dat de stip als eenvoudig teken op zichzelf geen onderscheidend vermogen heeft vanwege de elementaire vorm en het veelvuldige gebruik in diverse aanduidingen.
Nauta betoogt dat door langdurig en intensief gebruik de stip door inburgering onderscheidend vermogen heeft verkregen, onderbouwd met een marktonderzoek waaruit blijkt dat 43% van een specifieke doelgroep de stip als herkomstaanduiding herkent. Nysingh betwist dit, wijzend op de beperkte geografische reikwijdte van het onderzoek en het onvoldoende hoge percentage voor een aanzienlijk deel van het relevante publiek.
Het hof acht het noodzakelijk om prejudiciële vragen te stellen aan het Benelux-Gerechtshof over de vereisten van inburgering binnen de Benelux en de uitleg van artikel 13 A lid 1 onder c van de Eenvormige Beneluxwet op de merken, met name over het gebruik van overeenstemmende tekens voor soortgelijke diensten. De zaak wordt aangehouden en partijen krijgen gelegenheid om zich hierover uit te laten.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden en prejudiciële vragen worden gesteld aan het Benelux-Gerechtshof over inburgering en merkbescherming.