ECLI:NL:GHARN:2001:AD4765
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over aftrek begrafeniskosten bij nalatenschap en legitieme portie
Op 1 september 1997 overleed de vader van de echtgenote van belanghebbende in Suriname. De nalatenschap omvatte onder meer een erfpachtsrecht op een perceel met woning. Na het overlijden bleek dat de vader in 1996 was hertrouwd en zijn nieuwe echtgenote tot enige erfgename had benoemd, wat door de kinderen werd aangevochten op grond van hun legitieme portie.
De kinderen en de nieuwe erfgename waren mede-eigenaren van de onroerende zaak, maar konden geen overeenstemming bereiken over de verdeling. Belanghebbende had in zijn aangifte inkomstenbelasting de volledige begrafeniskosten betaald en opgevoerd als buitengewone last, waarvan de Inspecteur slechts een deel in aftrek wilde toestaan, gebaseerd op het civielrechtelijke aandeel van belanghebbende in de nalatenschap.
Het hof oordeelde dat alleen het civielrechtelijke aandeel in de nalatenschap in aanmerking komt voor aftrek van begrafeniskosten, tenzij belanghebbende aannemelijk maakt dat hij uit dringende morele verplichting meer heeft betaald en afziet van verhaal op mede-erfgenamen. Dit was niet aannemelijk gemaakt. Ook het argument dat de oudste dochter volgens Surinaamse maatstaven verplicht was de kosten te dragen, werd niet onderbouwd.
Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de Inspecteur en wees het bezwaarschrift af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De mondelinge uitspraak werd op 25 september 2001 gedaan en later schriftelijk bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat alleen het civielrechtelijke aandeel in de nalatenschap aftrekbaar is als begrafeniskosten en wijst het bezwaarschrift af.