ECLI:NL:GHARN:2001:AD4566
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Steeg
- Smeeïng-Van Hees
- Hilverda
- Rechtspraak.nl
Schorsing relatiebeding wegens onbillijke benadeling werknemer na korte arbeidsduur
In deze civiele zaak stond de geldigheid van een relatiebeding centraal dat was opgenomen in de arbeidsovereenkomst van appellant bij geïntimeerde. De werknemer was kort in dienst en trad binnen de proeftijd in dienst bij een bedrijf dat als relatie van de werkgever werd beschouwd.
Het hof oordeelde dat het relatiebeding ook tijdens de proeftijd van toepassing was en dat het bedrijf waar appellant ging werken inderdaad een relatie van geïntimeerde was. De werkgever stelde aanspraak te maken op een boete wegens overtreding van het beding.
Tegelijkertijd achtte het hof de korte duur van de arbeidsovereenkomst, de onzekerheid over vervolgopdrachten bij geïntimeerde en het aanbod van een vast dienstverband met een hoger salaris bij het nieuwe bedrijf zodanige omstandigheden dat het relatiebeding onbillijk was voor appellant. Daarom werd de gelding van het beding geschorst totdat de bodemrechter zich hierover uitspreekt. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof schorst de gelding van het relatiebeding wegens onbillijke benadeling van appellant en veroordeelt geïntimeerde in de proceskosten.