ECLI:NL:GHARN:2001:AD3675
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- M.C.M. de Kroon
- J.P.M. Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Onverbindendverklaring legesverordening Gelderland wegens willekeurige en onredelijke heffing
Belanghebbende, een BV met diverse bedrijfsactiviteiten, ontving een legesnota van ruim ƒ 61.000 voor een milieuvergunning. Zij maakte bezwaar tegen de hoogte van de leges, stellende dat de heffing op basis van technische bedrijfskenmerken leidt tot willekeur en onredelijkheid, en niet in verhouding staat tot de werkelijke kosten.
De Inspecteur handhaafde de legesnota, verwijzend naar de geldende legesverordening Gelderland 1995 en de daarbij behorende tarieventabel, die gebaseerd is op technische kenmerken van het bedrijf. De Ambtsinstructie hardheidsclausule, bedoeld als overgangsregeling, bood geen verlaging in dit geval.
Het Hof oordeelt dat de verordening en tarieventabel, voor zover zij uitgaan van technische bedrijfskenmerken zonder voldoende verfijning, kunnen leiden tot willekeurige en onredelijke heffing in strijd met artikel 223 Provinciewet Pro. De toepassing van de hardheidsclausule verandert hier niets aan. Daarom verklaart het Hof het betreffende onderdeel van de verordening onverbindend en vermindert de legesnota tot ƒ 3.000.
Daarnaast veroordeelt het Hof de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en wijst de provincie Gelderland aan als de partij die deze kosten moet vergoeden. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Hof verklaart de legesverordening onverbindend en vermindert de legesnota tot ƒ 3.000.