ECLI:NL:GHARN:2001:AD3452
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M. van Schie
- N.E. Haas
- Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag vennootschapsbelasting na beoordeling management- en arbeidsovereenkomst
Het geschil betreft de aanslag vennootschapsbelasting over 1994 opgelegd aan belanghebbende, een B.V. De kern van het geschil is de vraag of de aanvullende arbeidsovereenkomst van 12 december 1994, die een regeling bevat voor overwerkvergoeding in de vorm van extra vrije tijd, een reële verplichting voor belanghebbende oplevert jegens haar directeur en enig aandeelhouder.
Het hof stelt vast dat de managementovereenkomst uit 1989, die de werkverhouding regelt tussen belanghebbende, haar directeur en de B-Groep, tot en met 1994 ongewijzigd is gebleven. De Inspecteur betwist dat de aanvullende arbeidsovereenkomst de werkelijke bedoeling van partijen weerspiegelt en stelt dat er geen redelijke kans is dat belanghebbende aan de verplichtingen uit deze overeenkomst zal moeten voldoen.
Het hof oordeelt dat vanwege de inhoud van de managementovereenkomst en het ontbreken van aanpassing of expliciete instemming van de B-Groep met de aanvullende arbeidsovereenkomst, er geen behoorlijke kans bestaat dat belanghebbende haar verplichtingen uit de aanvullende arbeidsovereenkomst zal nakomen. Hierdoor staat dit oordeel aan passivering van de verplichting in de weg.
Het beroep van belanghebbende wordt daarom ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting wordt bevestigd. Het hof ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk, tenzij een schriftelijke uitspraak wordt verzocht.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de aanslag vennootschapsbelasting 1994 en wijst het beroep van belanghebbende af.