ECLI:NL:GHARN:2001:AB3024
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning en garage na bezwaar en beroep
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en garage per peildatum 1 januari 1992. De Ambtenaar had de waarde van de woning aanvankelijk vastgesteld op ƒ 160.000 en de garage op ƒ 8.000. Na bezwaar werd de woningwaarde verlaagd tot ƒ 125.000, de garagewaarde bleef ongewijzigd.
Belanghebbende voerde aan dat de taxatie onzorgvuldig was, de vergelijkingsobjecten niet representatief en dat zijn woning niet overeenkwam met de beschrijving in het taxatierapport. De taxateur van de gemeente bevestigde echter dat de woning correct was geïdentificeerd en dat rekening was gehouden met achterstallig onderhoud en veroudering.
Het hof oordeelde dat de Ambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld en dat belanghebbende onvoldoende bewijs had geleverd om dit te betwisten. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Ambtenaar bevestigd. Een verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat de administratieve rechter daartoe niet bevoegd is.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de WOZ-waarde van woning en garage wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Ambtenaar bevestigd.