ECLI:NL:GHARN:2001:AB2960
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Schie
- Matthijssen
- Lamens
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke aftrekbaarheid van schadevergoeding en advocaatkosten na ontslag directeur
Belanghebbende was directeur van [A] B.V. en sloot termijncontracten in Amerikaanse dollars om valutarisico's af te dekken. Door koersfluctuaties ontstonden aanzienlijke verliezen die niet aan de grootaandeelhouder werden gemeld. Om deze verliezen te verdoezelen, werden voorraden hoger gewaardeerd en later aangepast. Belanghebbende werd in 1995 op staande voet ontslagen wegens onbehoorlijk bestuur en de vennootschap ging failliet.
De curator startte een procedure wegens onbehoorlijk bestuur, die werd geroyeerd nadat belanghebbende een bedrag van ƒ 70.000 aan de boedel betaalde. Daarnaast betaalde hij advocaatkosten van ƒ 14.391,63. In geschil was of deze bedragen aftrekbare kosten van de dienstbetrekking of negatief loon vormden.
Het hof oordeelde dat belanghebbende binnen zijn bevoegdheid handelde met de intentie de onderneming te dienen en dat de betaling aan de boedel verband hield met zijn dienstbetrekking. De advocaatkosten dienden eveneens als aftrekbare kosten te worden beschouwd omdat ze gemaakt waren om negatieve gevolgen van de dienstbetrekking te beperken.
Het hof vernietigde de bestreden uitspraak, stelde het belastbaar inkomen vast op een negatief bedrag van ƒ 16.423 en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De aanslag wordt verminderd tot een negatief belastbaar inkomen van ƒ 16.423 en de betaalde schadevergoeding en advocaatkosten worden als aftrekbare kosten erkend.