ECLI:NL:GHARN:2001:AB2274
Gerechtshof Arnhem
- Cassatie
- N.E. Haas
- F.J.P.M. Haas
- J.A. Wolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag inkomstenbelasting 1997 na geschil over verlies uit aanmerkelijk belang
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van [A BV], voerde beroep aan tegen de aanslag inkomstenbelasting 1997, waarin hij een verlies uit aanmerkelijk belang van ƒ 120.000 had opgevoerd. Dit bedrag betrof een schuldigerkenning aan zijn vader wegens vermeende schade door zonder medeweten van de vader verstrekte leningen aan [B BV].
De Inspecteur verwierp het verlies en stelde dat het bedrag niet als negatief loon of verlies uit aanmerkelijk belang kon worden aangemerkt. Tijdens de mondelinge behandeling werd vastgesteld dat het door belanghebbende betaalde borgbedrag van ƒ 60.000 niet als verlies uit aanmerkelijk belang geldt, maar als een verhoging van de verkrijgingsprijs van zijn aandelen.
Het Hof oordeelde dat de schuldigerkenning van ƒ 120.000 een persoonlijke vergoeding aan de vader betrof voor het vermogensverlies dat hij privé had geleden door waardevermindering van zijn aandelenpakket in de [D-Groep]. Er was geen aanwijzing dat deze schuldigerkenning verband hield met aansprakelijkheid als werknemer of een vergroting van het economische potentieel van de vennootschappen. De kwijtschelding en afschrijving door [E BV] vonden plaats op zakelijke basis bij de verkoop van de aandelen.
Daarom werd het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1997 bevestigd.