ECLI:NL:GHARN:2001:AB2270
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak inzake inkomstenbelastingaanslag en boetebeschikking 1997
Belanghebbende was in 1997 werkzaam in loondienst en ontving daarnaast bijstandsuitkeringen. Door een onjuiste toepassing van de wettelijke bepalingen hield haar werkgever te weinig loonbelasting en premie volksverzekeringen in, wat leidde tot een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen van ƒ 2.493. De Inspecteur legde tevens een boete van ƒ 31 op wegens vermeende niet tijdige aangifte en bracht heffingsrente in rekening.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen zowel de aanslag als de boetebeschikking. Het Gerechtshof oordeelde dat de aanslag terecht was opgelegd, ondanks dat belanghebbende geen verwijt treft voor de te lage inhouding door de werkgever. De boetebeschikking werd echter vernietigd omdat belanghebbende kon aantonen dat zij haar aangifte wel tijdig had ingediend.
Hoewel de Inspecteur later ambtshalve verminderingen van aanslag en boete had verleend, stelde het Hof vast dat deze vermindering ten onrechte was verleend voor de aanslag, maar niet voor de boetebeschikking. Het Hof benadrukte dat deze uitspraak niet betekent dat de Inspecteur alsnog belasting kan navorderen zonder nieuw feit.
Ten aanzien van proceskosten oordeelde het Hof dat geen grond bestond om de Inspecteur te veroordelen tot vergoeding van kosten die belanghebbende had gemaakt, zoals fax- en telefoonkosten, en dat er geen bewijs was van reiskosten.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 24 april 2001 door raadsheer J.P.M. Kooijmans, lid van de achtste enkelvoudige belastingkamer van het Gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Aanslag bevestigd, boetebeschikking vernietigd en griffierechten vergoed.