ECLI:NL:GHARN:2001:AB1425
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.J. Makkink
- Rijken
- Wesseling-Lubberink
- Rechtspraak.nl
Causaal verband whiplashklachten na kop-staartbotsing bij lage snelheid
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of er een causaal verband bestaat tussen een kop-staartbotsing met een delta-v van minder dan 10 km/u en de langdurige whiplashklachten van de geïntimeerde. De rechtbank had eerder vastgesteld dat de geïntimeerde sinds het ongeval klachten vertoont die passen bij een whiplash-trauma, waarvoor medische hulp is gezocht.
De verzekeraar Elvia betoogt dat een dergelijke lage snelheid niet toereikend is om whiplashklachten te veroorzaken, tenzij sprake is van uitzonderlijke kwetsbaarheid. Zij baseert zich op biomechanische rapporten en literatuur die een grens van 8 tot 10 km/u aangeven. De geïntimeerde stelt daartegen dat zij uitzonderlijk kwetsbaar is en overlegt een brief van TNO die stelt dat whiplashletsels ook bij lagere snelheden kunnen optreden.
Het hof overweegt dat, hoewel de meeste slachtoffers bij een delta-v van 8 km/u snel herstellen, het voortbestaan van langdurige klachten een grote uitzondering is, maar dat dit risico wel aan het onrechtmatig verkeersgedrag moet worden toegerekend. Het door Elvia overgelegde bewijs is onvoldoende om het causaal verband uit te sluiten. Volgens vaste jurisprudentie geldt de omkeringsregel, waarbij het aan Elvia is om te bewijzen dat de klachten ook zonder het ongeval zouden zijn ontstaan.
Het hof staat Elvia toe bewijs te leveren van die stelling, onder meer door getuigenverhoor, en houdt de verdere beslissing aan. Tevens wordt bepaald dat cassatie pas mogelijk is samen met een eventueel cassatieberoep op het eindarrest.
Uitkomst: Het hof laat de verzekeraar toe bewijs te leveren dat de klachten ook zonder het ongeval zouden zijn ontstaan en houdt verdere beslissing aan.