ECLI:NL:GHARN:2001:AB1165
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde van NSW-landgoedwoningen wegens onjuiste waarderingsmethode
Het geschil betreft de vaststelling van de WOZ-waarde per 1 januari 1995 van twee onroerende zaken, gelegen op een landgoed dat valt onder de Natuurschoonwet 1928 (NSW). De gemeente had de waarden vastgesteld op respectievelijk ƒ 305.000 en ƒ 805.000, welke na bezwaar werden verlaagd naar ƒ 215.000 en ƒ 790.000. Belanghebbende betwistte deze waarderingen en stelde dat de gemeente geen rekening had gehouden met de beperkingen die de NSW oplegt.
Tijdens de procedure overwoog het hof dat de gemeente niet aannemelijk had gemaakt dat de gehanteerde waarderingsmethode correct was. De methode leidde ertoe dat de waarde van het onbebouwde gedeelte van de kavel ten onrechte werd doorberekend in het bebouwde gedeelte, terwijl de wet voorschrijft dat het onbebouwde gedeelte buiten aanmerking moet blijven. Het hof concludeerde dat de waardering daardoor te hoog was vastgesteld.
Het hof stelde de waarden daarom lager vast, namelijk op ƒ 185.000 voor de woning aan de a-weg 99 en ƒ 660.000 voor de woning aan de a-weg 101, waarbij rekening werd gehouden met een bestemmingswaarde van 74% van de economische waarde. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan door mr. J.P.M. Kooijmans namens het hof.
Uitkomst: Het Gerechtshof vermindert de WOZ-waarden van de woningen op het NSW-landgoed tot respectievelijk ƒ 185.000 en ƒ 660.000 en veroordeelt de gemeente tot proceskostenvergoeding.