ECLI:NL:GHARN:2001:AB0620
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor onjuiste opgave afnemersnummer in omzetbelastinglijst
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, diende over het eerste kwartaal van 1998 een lijst in zoals bedoeld in artikel 37a van de Wet op de omzetbelasting 1968. Op deze lijst stond een onjuist nummer vermeld van een in Spanje gevestigde afnemer. De Inspecteur verzocht belanghebbende schriftelijk om correctie, maar ook de reactie van belanghebbende bevatte een onjuist nummer.
Hoewel belanghebbende ook over het tweede en vierde kwartaal van 1997 onjuiste opgaven had gedaan, werden deze niet beboet. De Inspecteur legde op grond van artikel 40 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968 een boete van ƒ250 op vanwege de onjuiste opgave in het eerste kwartaal 1998.
Het Hof oordeelde dat de boetebeschikking terecht was opgelegd. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat haar niets te verwijten viel. Van haar mocht worden verwacht dat zij het juiste nummer zou achterhalen nadat bleek dat eerdere opgaven onjuist waren. Het feit dat de onjuistheid alleen bestond uit het ontbreken van de landencode en dat de Inspecteur dit ambtshalve herstelde, doet hieraan niet af.
Het Hof wees een kostenveroordeling af wegens het ontbreken van termen daarvoor. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de boete van ƒ250 wegens onjuiste opgave van het afnemersnummer.