ECLI:NL:GHARN:2001:AA9786
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Roben
- M.C.M. de Kroon
- J.P.M. Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van aanslag onroerende-zaakbelastingen bij samengestelde onroerende zaken en gebruikersaansprakelijkheid
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag onroerende-zaakbelastingen voor het jaar 1996 op zijn perceel bestaande uit een woonhuis met bedrijfsgedeelte, schietbanen en kantine. Na bezwaar en eerdere procedures werd het geschil door de Hoge Raad terugverwezen naar het Gerechtshof Arnhem om te beoordelen of sprake was van één of meerdere onroerende zaken en of belanghebbende als gebruiker kon worden aangemerkt.
Het Hof stelde vast dat het perceel als één complex kan worden beschouwd op grond van de Verordening onroerende-zaakbelastingen 1995 en de Gemeentewet. Uit de feiten en overeenkomsten bleek dat belanghebbende niet alleen eigenaar maar ook gebruiker was van de schietbanen en kantine, mede door zijn ondernemerschap en de exploitatie van de kantine.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende het vermoeden van gebruik niet had kunnen weerleggen en dat de aanslag terecht betrekking had op het gehele complex. De heffingsgrondslag moest worden vastgesteld op ƒ169.000, maar het Hof kon deze niet verhogen boven het bedrag dat het college van B en W had vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van B en W bevestigd.
Daarnaast werd belanghebbende een tegemoetkoming in proceskosten toegekend vanwege de gewijzigde standpunten van de gemeente tijdens de procedure.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag onroerende-zaakbelastingen wordt bevestigd.