ECLI:NL:GHARN:2000:AF0532

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
28 september 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
2000/445
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Steeg
  • Van Wijland-Kalkman
  • Hilverda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks geen inkomen

Appellant X. is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Zutphen waarin zijn verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen vanwege het ontbreken van inkomsten om de kosten van de regeling te voldoen.

Het hof oordeelt dat het ontbreken van inkomen geen grond is voor afwijzing, aangezien deze reden niet voorkomt in de limitatief opgesomde weigeringsgronden van artikel 288 leden Pro 1 en 2 van de Faillissementswet. Er zijn geen andere imperatieve of facultatieve gronden gebleken om het verzoek af te wijzen.

Daarom vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank en spreekt het de definitieve toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van appellant X. De mondelinge behandeling vond plaats op 21 september 2000, waarbij appellant werd bijgestaan door zijn advocaat.

Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling toe ondanks het ontbreken van inkomen.

Uitspraak

Gerechtshof te Arnhem
Arrest
in de zaak van:
X.
wonende te P.,
appellant,
procureur: mr A.F.M. van Vlijmen.
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank te Zutphen van 8 augustus 2000, dat in fotokopie aan dit arrest is gehecht.
2 Het geding in hoger beroep
2.1 Bij het ter griffie van het hof op 15 augustus 2000 ingekomen beroepschrift is appellant (hieraan te noemen X.) in hoger beroep gekomen van voornoemd vonnis, waarbij zijn verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling is afgewezen.
2.2 Bij voormeld beroepschrift heeft X. het hof verzocht voormelde beschikking (het hof leest: voormeld vonnis) te vernietigen en alsnog de schuldsaneringsregeling ten aanzien van hem uit te spreken.
2.3 Het hof heeft kennisgenomen van de overige bij het beroepschrift behorende stukken.
2.4 De mondelinge behandelingen heeft plaatsgevonden op 21 september 2000, waarbij X. is verschenen in persoon, bijgestaan door mr. M.P.H. Sanders, advocaat te Zutphen.
3 De motivering van de beslissing in hoger beroep
3.1 Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
3.2 De rechtbank heeft het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen omdat X. geen inkomsten verwerft waaruit de kosten van de schuldsaneringsregeling kunnen worden voldaan. Deze afwijzingsgrond is niet terug te vinden in de in artikel 288 leden Pro 1 en 2 Faillissementswet limitatief geformuleerde weigeringsgronden. De grief van X. treft derhalve doel. Nu overigens niet is gebleken van imperatieve dan wel van facultatieve gronden op basis waarvan het verzoek zou moeten dan wel zou kunnen worden afgewezen, dient X. te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Het vonnis waarvan beroep zal derhalve worden vernietigd en het verzoek van X. zal worden toegewezen.
4 De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
Vernietigd het vonnis van de rechtbank te Zutphen van 8 augustus 2000 en, opnieuw recnhtdoende:
Spreekt uit de definitieve toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van X.
Dit arrest is gewezen door mrs. Steeg, Van Wijland-Kalkman en Hilverda en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 september 2000.