ECLI:NL:GHARN:2000:AF0524
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Houtman
- Steeg
- Hilverda
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende zekerheid over herstel gokverslaving
Appellanten, een echtpaar, waren in eerste aanleg geweigerd tot de wettelijke schuldsaneringsregeling toegelaten te worden. Zij kwamen hiertegen in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem. Uit het dossier en de mondelinge behandeling bleek dat X. sinds 1984 gokverslaafd is en in november 1999 gestopt zou zijn met gokken. De schuldenlast van circa f 88.650,- was grotendeels veroorzaakt door de gokverslaving, waarbij aanzienlijke bedragen waren geleend om het gokken te financieren.
X. was verwezen naar een verslavingszorginstelling waar hij enkele gesprekken had gehad, maar de vervolgbehandeling moest nog starten. Het hof oordeelde dat gezien de lange duur van de verslaving en het feit dat pas recent hulp werd gezocht, onvoldoende zekerheid bestond dat X. definitief van zijn gokprobleem af was. Daarom werd het verzoek van X. afgewezen op grond van artikel 288 lid 2 Faillissementswet Pro.
Omdat Y. in gemeenschap van goederen met X. was gehuwd, werd haar verzoek eveneens afgewezen op grond van artikel 313 en Pro 63 Faillissementswet. Het hof bekrachtigde daarmee de vonnissen van de rechtbank Zutphen van 8 augustus 2000 die de verzoeken tot schuldsanering hadden afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen wegens onvoldoende zekerheid over het definitieve herstel van de gokverslaving.