ECLI:NL:GHARN:2000:AE9748

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
14 februari 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
2000/060 , 2000/061
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Houtman
  • Van Raalte
  • Smeeïng-Van Hees
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens fraudeschuld binnen vijfjaarstermijn

X. en Y., echtelieden wonende te P., hebben bij de rechtbank te Zwolle verzocht om definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling. Deze verzoeken werden afgewezen omdat zij niet te goeder trouw zouden zijn ten aanzien van een schuld aan de gemeente Zwolle van ruim 135.000 gulden, ontstaan door fraude in de periode van 1990 tot 1995.

In hoger beroep stelden X. en Y. dat de rechtbank onterecht had geoordeeld dat zij niet te goeder trouw waren en dat de termijn van vijf jaar na ontdekking van het misdrijf verstreken moest zijn. Zij betwistten het vermoeden dat zij ook na 1995 inkomsten uit handel in auto's hadden genoten en gaven aan aflossingen te verrichten, hoewel deze gering zijn vanwege hun afhankelijkheid van een bijstandsuitkering.

Het hof overwoog dat de schuldsaneringsregeling niet van toepassing kan worden verklaard zolang de fraudeschuld binnen de vijfjaarstermijn na ontdekking valt en dat de omvang van de schuld geen reden is om hiervan af te wijken. Er waren geen bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel leidden, zodat de vonnissen van de rechtbank werden bekrachtigd.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af wegens een fraudeschuld binnen de vijfjaarstermijn na ontdekking.

Uitspraak

Gerechtshof te Arnhem
Arrest
in de zaken van:
1. X. en
2. Y.
echtelieden,
beiden wonende te P.,
appellanten,
procureur: mr H. van der Linden.
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar de vonnissen van de rechtbank te Zwolle van 25 januari 2000, die in fotokopie aan dit arrest zijn gehecht.
2 Het geding in hoger beroep
2.1 Bij afzonderlijke beroepschriften, ingekomen ter griffie van het hof op 1 februari 2000, zijn appellanten (hierna te noemen: X.. en Y.; in hoger beroep gekomen van de vonnissen van 25 januari 2000, waarbij hun verzoeken tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling zijn afgewezen.
2.2 Bij voormelde beroepschriften hebben zij beiden het hof verzocht de voormelde vonnissen te vernietigen en de schuldsaneringsregeling alsnog op hen van toepassing te verklaren.
2.3 Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken.
2.4 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 februari 2000, waarbij X. en Y. zijn verschenen in persoon, bijgestaan door mr Ch. van Zwol, advocaat te Zwolle.
3 De motivering van de beslissing in hoger beroep
3.1 Het beroep is tijdig ingesteld.
3.2 X. en Y. hebben zich in hun beroepschriften op het standpunt gesteld dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zij ten aanzien van het ontstaan van hun schuld aan de gemeente Zwolle (op 25 januari 2000 groot f 135.597,41 vanwege fraude op de grond dat zij in de periode 1 mei 1990 tot 1 april 1995 naast hun uitkering krachtens de Algemene Bijstandswet inkomsten uit de handel in auto's hebben genoten) niet te goeder trouw zijn en dat, gelet op de (grote) omvang van de vordering, mede bezien in verband met de relatief kleine overige vorderingen, het tijdsverloop - de desbetreffende schuld is nu bijna 5 jaar oud - niet tot een andersluidend oordeel noopte. Het vermoeden van de rechtbank dat zij ook na 1995 inkomsten uit de handel in auto's hebben genoten is volgens hen niet juist. Voorts lossen zij al enige tijd op voormelde schuld af, doch door de geringe hoogte van het aflossingsbedrag - hetgeen inherent is aan het sinds lange tijd aangewezen zijn en waarschijnlijk ook voor de toekomst aangewezen blijven op een uitkering krachtens de Algemene Bijstandswet - is het geheel aflossen van deze schuld niet waarschijnlijk, aldus X. en Y. Zij voeren daarnaast aan dat zij bereid zijn om door middel van inkomsten uit arbeid in het eigen levensonderhoud te voorzien en dat zij zich daartoe onlangs hebben ingeschreven bij het arbeidsbureau.
3.3 Het hof is van oordeel dat de verzoeken van X. en Y . om de schuldsaneringsregeling op hen van toepassing te verklaren dienen te worden afgewezen. Het hof overweegt daartoe het volgende. Het feit dat de schuld aan de gemeente niet te goeder trouw is ontstaan en dat de termijn van vijf jaar na ontdekking van het misdrijf nog niet is verstreken, leveren grond op tot afwijzing van de verzoeken. Voorts is het hof van oordeel dat de grote omvang van deze schuld het maken van een uitzondering op deze regel niet rechtvaardigt. Aangezien er verder geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken waaruit een ander oordeel dient te volgen, zullen de bestreden vonnissen worden bekrachtigd.
De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep;
bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank te Zwolle van 25 januari 2000.
Dit arrest is gewezen door mrs Houtman, Van Raalte en Smeeïng-Van Hees, en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 februari 2000.