ECLI:NL:GHARN:2000:AB2266
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardebeschikkingen WOZ voor onroerende zaken in Nijmegen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen waardebeschikkingen op grond van de Wet WOZ voor twee panden gelegen in Nijmegen, waarbij zij lagere waardes stelde dan de gemeente. Het Hof stelde vast dat de waardepeildatum 1 januari 1995 was en beoordeelde de waardebepalingen aan de hand van taxatierapporten en huurwaardekapitalisatiemethoden.
Voor het pand aan [a-straat 1] achtte het Hof de door de gemeente gehanteerde waarde van ƒ 165.000 aannemelijk en verwierp het beroep van belanghebbende die een lagere waarde van ƒ 90.000 stelde zonder voldoende onderbouwing. Voor het pand aan [a-straat 3] werd vastgesteld dat door verbouwing en bestemmingsplanwijziging de waarde per 1 januari 1996 was gestegen, wat leidde tot een hogere huurwaarde. Het Hof volgde de gemeente in de gehanteerde kapitalisatiefactor en waarde van ƒ 600.000, ondanks het betoog van belanghebbende dat deze te hoog was.
Het beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de gemeente bevestigd en de gemeente werd gelast het griffierecht van belanghebbende te vergoeden. Proceskosten werden niet aan de gemeente opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de waardebeschikkingen en verklaart het beroep ongegrond.