ECLI:NL:GHARN:2000:AA9519
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag wegens onjuiste kwalificatie ondernemingsvermogen bankrekening
Belanghebbende exploiteerde in 1994 samen met zijn zuster een vennootschap onder firma en rekende een bankrekening deels tot zijn ondernemingsvermogen om fiscale oudedagsreserve (FOR) te beschermen. De Inspecteur stelde dat slechts een deel van het banksaldo ondernemingsvermogen was en legde een navorderingsaanslag op wegens een te grote FOR.
Het hof oordeelde dat het saldo boven het door de Inspecteur aanvaarde bedrag niet dienstbaar was aan de onderneming, gelet op stabiele winst en omvang activa en passiva. De stelling van belanghebbende dat een extra buffer mocht worden aangehouden werd niet aannemelijk gemaakt.
Hoewel de Inspecteur bij de primitieve aanslag ambtelijk verzuim beging door niet nader te onderzoeken, was er geen sprake van kwade trouw van belanghebbende. Daarom werd de navorderingsaanslag vernietigd. Proceskosten werden aan de Staat opgelegd en het door belanghebbende betaalde griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1994 wordt vernietigd wegens onjuiste kwalificatie van het ondernemingsvermogen zonder bewijs van kwade trouw.