ECLI:NL:GHARN:2000:AA7454
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over inkomsten uit deelname aan piramidespel
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting over het jaar 1996, waarin inkomsten uit deelname aan een piramidespel waren opgenomen. De Inspecteur had het belastbaar inkomen vastgesteld op ƒ 132.391,-- na vermindering van de oorspronkelijke aanslag. Belanghebbende betwistte de toerekening van het gehele voordeel uit het piramidespel en stelde onder meer dat slechts de inkomsten uit zelf aangebrachte deelnemers belast mochten worden en dat een bedrag van ƒ 6.000,-- aan afziensverklaringen in mindering gebracht moest worden.
Tijdens de procedure bij het Hof werden feiten vastgesteld over de werking van het piramidespel, de aard van de inkomsten en de wijze van betaling. Het Hof oordeelde dat de inkomsten uit het piramidespel als inkomsten uit arbeid in de zin van artikel 22, lid 1, onderdeel b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 moeten worden beschouwd, omdat de activiteiten in het economische verkeer zijn verricht.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen, evenals de stelling dat slechts de inkomsten uit zelf aangebrachte deelnemers belastbaar zouden zijn. Wel werd het belastbaar inkomen verminderd met ƒ 6.000,-- wegens afziensverklaringen die aannemelijk waren gemaakt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en onvoldoende onderbouwing.
Het Hof vernietigde de bestreden uitspraak, stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 126.391,--, en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het belastbaar inkomen wordt vastgesteld op ƒ 126.391,-- na vermindering wegens afziensverklaringen en de aanslag wordt dienovereenkomstig verminderd.