ECLI:NL:GHARN:2000:AA7356
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag en boete motorrijtuigenbelasting wegens tweede verzuim
Belanghebbende was houder van een personenauto waarvoor motorrijtuigenbelasting verschuldigd was over het tijdvak van 7 december 1998 tot en met 6 maart 1999. Hij had de belasting niet tijdig voldaan, waarna een naheffingsaanslag met een boete van ƒ 50,- werd opgelegd. Belanghebbende betwistte de boeteoplegging en stelde dat sprake was van een eerste verzuim, terwijl de inspecteur stelde dat het een tweede verzuim betrof.
Het hof oordeelde dat het eerdere verzuim uit 1997, hoewel onder een ander boeteregime, meegewogen moest worden bij de bepaling van het aantal verzuimen volgens het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998. Hierdoor was de boete terecht opgelegd. Daarnaast werd het beroepschrift tijdig ingediend, ondanks een dag vertraging door een erkende feestdag.
Belanghebbende maakte ook bezwaar tegen aanmanings- en dwangbevelkosten, maar het hof stelde vast dat hij daarvoor eerst bezwaar bij de ontvanger had moeten indienen. Het hof splitste het beroepschrift voor de kosten en beperkte de huidige uitspraak tot de boete. De bestreden uitspraak werd bevestigd en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag en boete van ƒ 50,- wegens een tweede verzuim motorrijtuigenbelasting.