ECLI:NL:GHARN:2000:AA7117
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Van Schie
- Röben
- De Kroon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op kinderbijslag en aftrek buitengewone lasten bij co-ouderschap na echtscheiding
Belanghebbende was in geschil met de Inspecteur over de aanslag inkomstenbelasting 1992, waarbij het recht op kinderbijslag en de aftrek van buitengewone lasten centraal stonden. Na verwijzing door de Hoge Raad behandelde het Hof Arnhem de zaak waarbij belanghebbende niet verscheen, maar schriftelijk reageerde op vragen.
De Hoge Raad had eerder vastgesteld dat bij co-ouderschap de kinderbijslag slechts aan één ouder wordt uitbetaald, namelijk aan degene bij wie het kind op de eerste dag van het kalenderkwartaal verbleef of tot wiens huishouden het kind behoorde. Belanghebbende had echter geen aanvraag ingediend bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en de SVB was niet geïnformeerd over het co-ouderschap.
Het Hof concludeerde dat belanghebbende zijn recht op kinderbijslag niet geldend heeft gemaakt en dat hij daardoor geen aanspraak kan maken op de aftrek van buitengewone lasten. De aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 53.243 met een belastingvrije som van ƒ 12.356. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Hof oordeelt dat belanghebbende zijn recht op kinderbijslag niet geldend heeft gemaakt en wijst de aftrek van buitengewone lasten af.