ECLI:NL:GHARN:2000:AA6961
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M. van Schie
- mr Lamens
- mr Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van verplaatsing feitelijke leiding en pensioenvoorziening
Belanghebbende, een naar het recht van de Nederlandse Antillen opgerichte naamloze vennootschap, verplaatste in 1994 haar feitelijke leiding van Nederland naar de Nederlandse Antillen. Dit leidde tot discussie over de fiscale behandeling van een pensioenvoorziening van ruim ƒ 2,2 miljoen die op de balans stond.
De Inspecteur stelde dat belanghebbende gedurende het gehele jaar 1994 binnenlands belastingplichtig was, omdat de feitelijke leiding niet was verplaatst, en rekende de vrijval van de pensioenvoorziening toe aan de winst. Belanghebbende betwistte dit en voerde aan dat de feitelijke leiding vanaf 6 april 1994 op de Nederlandse Antillen was gevestigd, wat onder meer bleek uit het ontslag van de directeur, benoeming van een nieuwe directrice aldaar, verplaatsing van het kantoor, het voeren van administratie en het houden van vergaderingen op de Antillen.
Het Hof oordeelde dat de feitelijke leiding inderdaad was verplaatst naar de Nederlandse Antillen per 6 april 1994, waardoor belanghebbende vanaf die datum geen binnenlands belastbare winst meer genoot. Wel achtte het Hof het aannemelijk dat al op die datum bekend was dat de pensioenverplichtingen grotendeels zouden komen te vervallen door het afzien van pensioenaanspraken door de directeur, zodat 90% van de pensioenvoorziening tot de winst moest worden gerekend en slechts 10% kon blijven staan.
Het beroep van belanghebbende werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard en de aanslag verminderd. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting is verminderd tot een belastbaar bedrag van ƒ 2.096.739,-- vanwege gedeeltelijke erkenning van de verplaatsing van de feitelijke leiding en aanpassing van de pensioenvoorziening.