ECLI:NL:GHARN:2000:AA6950
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep navorderingsaanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende X heeft verzet ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof waarin zijn beroep tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1994 niet-ontvankelijk werd verklaard. De navorderingsaanslag was opgelegd door de Inspecteur en het bezwaarschrift was tijdig ingediend, maar de Inspecteur had nog geen uitspraak op bezwaar gedaan.
Belanghebbende voerde aan dat het beroep ontvankelijk moest worden verklaard omdat de Inspecteur niet binnen de wettelijke termijnen op het bezwaarschrift had beslist, terwijl ook geen verdaging was aangezegd. Hij baseerde zich op het Voorschrift Algemene wet bestuursrecht (Voorschrift Awb) en stelde dat de Inspecteur zich aan kortere termijnen moest houden.
Het Hof oordeelde dat de wettelijke regeling in artikel 25 AWR Pro een beslistermijn van één jaar geeft, met verlengingsmogelijkheden, en dat het Voorschrift Awb slechts een beleidsmatige aansporing inhoudt om zo spoedig mogelijk te beslissen. Gezien de complexiteit en omvang van het boekenonderzoek en de aanslagen, was sprake van een uitzonderingsgeval. Het niet tijdig beslissen op bezwaar was daarom niet onrechtmatig en het beroep was prematuur.
Het verzet werd ongegrond verklaard en het Hof bevestigde dat belanghebbende geen beroep kon instellen wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar. De uitspraak werd gedaan door raadsheer Röben op 7 juli 2000 te Arnhem.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het beroep is niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een uitspraak op bezwaar.